Sri Lanka - Senegal -

Sri Lanka - Senegal

Sri Lanka

Sri Lanka wordt de vallende traan van India genoemd, een tropisch eiland met twee moessonseizoenen. Ik zit aan de oostkust in Arugam Bay, een klein surfers- en vissersdorp. Dat is het fijne aan Sri Lanka: naargelang van het seizoen kies je een kant van het eiland. In de zomer ga je zuidoostwaarts, in de winter naar het zuidwesten. Maar surfen kan je altijd in Sri Lanka. Het toerisme vindt na een slepende burgeroorlog goed zijn weg en het eiland wordt gepromoot als een soort India ‘light’. Het is heel populair bij Israëlische surfers. Velen komen hier na hun lange dienstplicht uitblazen en hun kaki herinneringen wegspoelen in het azuurblauwe water. Van een land onder constante militaire druk naar een paradijs.

Maar soms krijgen paradijzen ook slagen. En in 2004 was het een mokerslag op een tweede kerstdag. De tsunami heeft hier keihard toegeslagen. De lokale Sri Lankese surfers kunnen er nog altijd moeilijk over praten. Surfers houden van de oceaan omdat die hen zoveel geeft, maar de oceaan kan ook een moordmachine zijn in plaats van een pretpark. Van de 200.000 doden die de vloedgolf maakte, zijn er 40.000 gevallen op Sri Lanka. 

Veel plaatselijke surfers zijn ook vissers. In de zomer surfen ze in Arugam Bay op de golven, in de winter zijn er amper golven en gaan ze vissen in zee. De oceaan is alles voor hen: hij verschaft hen eten, werk en ontspanning. “De golf kwam zomaar op een vredige dag”, vertelt Francis. “De tsunami heeft echt ingehakt op ons leven. Na meer dan tien jaar is de materiële schade al minder zichtbaar, maar de grootste schade zit in onze hoofden. Maar ik blijf houden van de zee, daarom heb ik een zeemeermin op mijn arm getatoeëerd.” Ook surfer Aravin maakte het mee: “Ik was jong en wat aan het bodysurfen maar eigenlijk waren de golven niet goed. Eerst kwam er een vreemde, platte golf. Je kon het eigenlijk geen golf noemen, het was meer een deining, het water steeg gewoon en daalde erna. En toen zag ik dat gevaarte komen, de echte golf. Ik ben nog nooit zo snel uit het water gekomen. ‘Run for your life’ was hier letterlijk te nemen. Mijn relatie met de zee is sindsdien veranderd. Ik heb twee goede vrienden verloren. Het heeft maanden geduurd voor ik de zee weer in durfde, maar ik ging terug en de boosheid is verdwenen. De zee is de zee, dat is de natuur en dat moeten we aanvaarden. We ondergaan de kracht van de natuur. Dat is wat surfen net is, meegaan met de natuur.”

Ook Milan Anda Hannadiga, een van de betere surfers uit Sri Lanka, doet zijn verhaal. “Ik was met mijn grote broer op het strand aan het spelen. Die eigenaardige, vuile, bruine golf zagen we afkomen. Mijn broer nam me mee onder zijn arm en we renden naar ons huis, dat op een hoogte staat. Het water kwam niet tot aan ons huis. Ik ben er mijn broer nog altijd dankbaar voor. Hij heeft mijn leven gered, maar ik had wel de schrik te pakken. Na een maand keerde ik terug naar de zee. Ik had geen keus, de zee is mijn leven.”

Milan geeft surfles aan toeristen om wat bij te verdienen, net zoals Francis en Babu A. Anushanth. Hij en zijn Europese klanten komen aan in hun tuktuk, een soort tweetaktbrommertje op drie wielen met een dak. De surfboards worden op het dak gestapeld. Met de tuktuk rijden ze door het mulle zand op zoek naar de ideale golf naargelang van het niveau van de leerling-surfer. Crocodile Rock, Panama Right, Peanut Farm en Arugam Bay liggen op een boogscheut van elkaar, net te ver te voet en dus ideaal met de tuktuk. En als je wat geluk hebt, kom je onderweg een grazende familie olifanten tegen.

MILAN ANDA HANNADIGA, free surfer, fisherman, Arugam Bay, Sri Lanka ©Stephan Vanfleteren
MILAN ANDA HANNADIGA, free surfer, fisherman, 
Arugam Bay, Sri Lanka ©Stephan Vanfleteren
MILAN ANDA HANNADIGA, free surfer, fisherman, Arugam Bay, Sri Lanka ©Stephan Vanfleteren
BABU A. ANUSHANTH, free surfer/fisherman, 
Arugam Bay, Sri Lanka ©Stephan Vanfleteren

Surfer en visser Sunderalingam heeft de vloedgolf ook meegemaakt. “Ik zag vanaf de brug mensen wegrennen. Ik nam hun paniek niet serieus en ging nieuwsgierig kijken naar het strand. Er gebeurde iets vreemds: er was plots hoogtij en daarna trok het water zich heel ver terug, veel verder dan normaal. Ik zag rotsen die ik nog nooit gezien had en ik zag voor het eerst dat het rif blootlag. Het leek alsof de zee het water opzoog. En toen zag je die enorme golf in de verte. Ik wist dat die golf sneller was dan ik, dus ik besliste om in een palmboom te klimmen. 

Gelukkig doe ik dat vaker om kokosnoten te plukken. Ik zat als een aapje hoog in die boom en bad dat de golf niet hoger zou komen, want ze raakte de onderkant van de bladeren al. Na een tijd trok de golf terug. Ik klom uit de boom en zag een bevreemdend landschap. Alles verwoest. Het dorp was leeg. Geen huizen meer, geen mensen. Het was alsof ik de laatste mens op de wereld was.”

Senegal

Afrika kon natuurlijk niet ontbreken op onze reis. Bij surf denken we aan Hawaï, Californië, Australië en Tahiti, alsof het enkel een blanke of Polynesische bezigheid is. Maar in Afrika wordt ook goed gesurft, en niet alleen in Zuid-Afrika, het ultieme surfland van het continent. Daar zijn we niet geweest, want Zuid-Afrikaanse surfers zijn veelal blank, en die heb ik al genoeg gefotografeerd. De ‘tribe’ is mondiaal en van alle kleuren.

Zo belanden we in Dakar, Senegal, het meest westelijke puntje van het Afrikaanse vasteland. Dakar is druk en overbevolkt. Gelukkig is er de zee en wordt er gesurft, vooral door blanke expats in het weekend en door enkele lokale Senegalezen. Surf is hier aan een stille opmars bezig maar tegenover ‘la lutte sénégalaise’ en het voetbal blijft het een marginale sport.

Niet ver van Plage du Virage ligt Île de Ngor, met aan beide zijden een mooie surfspot. ‘La Droite de Ngor’ is de wieg van de Senegalese surfgeschiedenis, ontdekt door Robert August en Mike Hynson in de mythische surffilm ‘The Endless Summer’

ASSANEM MBENG, pro surfer, surf teacher, Ngor, Senegal©Stephan Vanfleteren
ASSANEM MBENG, pro surfer, surf teacher, Ngor, Senegal
©Stephan Vanfleteren
The Endless Summer - Trailer

Île de Ngor is niet te verwarren met Île de Gorée ten zuidoosten van Dakar, aan de andere kant van het schiereiland. Tussen de zestiende en de negentiende eeuw was dit een draaischijf van slavenhandel. Het stenen poortje op het eiland was het laatste deurtje alvorens in te schepen voor een afschuwelijke reis naar Amerika in een van de duizenden slavenschepen. ‘La porte de non-retour’ en bij uitbreiding het eiland Gorée staan symbool voor de miljoenen slaven die vanuit Afrika werden verscheept. De ironie is dat jonge Senegalese surfers nu dromen van de Amerikaanse westkust om er hun surftalent te etaleren, terwijl hun voorouders een paar eeuwen geleden nog in ‘the South’ op de katoenvelden zwoegden. Van slavenschip tot surfboard, van geketende ijzeren sloten tot een ‘surf leash’ aan hun enkels: 150 jaar en een grote oceaan tussen deze gedachten.

MAMADOU SAMBA, surftalent , Dakar, Senegal ©Stephan Vanfleteren
MAMADOU SAMBA, surftalent , Dakar, Senegal 
©Stephan Vanfleteren

Ik heb geluk, want bij aankomst op het strand loop ik René Pierre tegen het lijf, de trainer van de Senegalese ploeg. De man kent iedereen. Hij wijst meteen een goede surfer aan: “Die moet je fotograferen.” Assanem Mbeng is surfles aan het geven aan een blank kind. Daarna heeft hij tijd maar eerst wil hij nog wat trainen op de grote golven die honderd meter dieper in zee breken. Alles is een kwestie van proportie – pas wanneer ik Assanem de verste golven zie surfen, zie ik hoe klein hij is tegenover die golven. Ondertussen fotografeer ik Mamadou, die net uit het water komt. Mamadou is hét surftalent van Senegal. De jongen is bijzonder, niet alleen vanwege zijn talent maar ook vanwege zijn concentratie. Zelden staat iemand voor je lens alsof het niets is. Maar het is iets.

Ik voel trots en zelfvertrouwen zonder arrogantie. Het is vreemd maar ik denk aan Kelly Slater. Dezelfde rust, hetzelfde charisma. Hij kijkt recht in de lens, door de lens eigenlijk. Ik kijk niet naar hem, hij kijkt naar ons. Hij neemt over. Zijn sterke blik overklast mijn scherpe lens. Wat ik toen nog niet wist, is dat hij het openingsbeeld zou worden van mijn tentoonstelling in Knokke-Heist. Het is het eerste paar ogen dat je aankijkt. Het is Mamadou Samba die de surfdans opent. Hij heeft geen surfplank nodig om een krijger te zijn van de Surf Tribe. De vallende druppels op zijn gezicht symboliseren zijn lidkaart van de vloeibare surfgemeenschap. En wie staat in de expo naast Mamadou achter de hoek? Yep, Kelly Slater.

Het licht haakt tussen zijn poriën zoals een bergbeklimmer met zijn houweel in de rotswand.

Later fotografeer ik andere Senegalese topsurfers op een nabijgelegen surfspot. Sommige geven zichzelf de naam van pro surfers, een gebruik dat bij de Senegalese worstelaars ook gebruikelijk is. Slater, Fanning… Een soort van hommage aan hun sporthelden. Cherif Fall is er ook bij. Laat je niet misleiden door zijn familienaam Fall. Cherif is de beste surfer van Senegal en weet hoe hij moet blijven rechtstaan op zijn board. Hij is groot, krachtig en vol zelfvertrouwen. Zijn diepe, donkere huid is zo donker dat er een blauwtint op terugkaatst. Het licht haakt tussen zijn poriën zoals een bergbeklimmer met zijn houweel in de rotswand. Het is het diepste zwart dat je in de huid kan vinden, enkel in West-Afrika en op plaatsen waar deze slaven zijn aangekomen zoals Jamaica of Amerika. Mijn lichtmeter is in de war. Ik kijk naar het absorberende zwart en denk aan het kunstwerk van Anish Kapoor, gemaakt met verf van het zwartste zwart.

Cherif Fall wil in 2020 naar Japan, waar surf voor de eerste maal een olympische discipline wordt. Ik hoop en denk dat het hem zal lukken om naast Wilson, Medina en Jordy te surfen op een Japanse artificiële golf. Wat zou een medaille prachtig blinken op zijn donkere torso. Flitslicht op edelmetaal rond de nek van een zwarte parel op een olympisch podium. En los van het sportieve gun ik hem zo graag een blik op een totaal andere wereld.

Dakar-Tokyo, kan het nog extremer? 

CHERIF FALL, pro surfer, Dakar, Senegal©Stephan Vanfleteren
CHERIF FALL, pro surfer, Dakar, Senegal
©Stephan Vanfleteren
ONTDEK HIER ELKE MAANDAG EEN NIEUW REISVERHAAL. VOLGENDE WEEK 23/04 NIEUW ZEELAND

Surf Tribe, Het boek

De collectie SURF TRIBE is gebundeld in een nieuw fotoboek. Met meer dan 300 portretten van o.a. Kelly Slater, Gerry Lopez, John John Florence, Laird Hamilton, Bethany Hamilton, Greg Noll, Stephanie Gilmore, Mick Fanning, Joel Parkinson, Mickey Munoz, Filipe Toledo en Tom Carroll. 
Stephan Vanfleteren portretteert zowel jong talent als levende iconen en oude legendes, zowel competitiesurfers als freesurfers. In dit boek vind je geen actiefoto’s op azuurblauwe golven maar wel serene zwart-wit portretten in Vanfleterens bekende, beklijvende stijl. Deze beeldenreeks dringt door tot de ware kern van de surfcultuur: de liefde voor het water, de verslaving aan de golf, de passie voor de surf. 
Met een voorwoord door surflegende Gerry Lopez. 

Het boek is te koop in de expo, in je favoriete boekhandel en via www.uitgeverijhannibal.be
€ 59 / € 55 in de expo

Kanibaal Hannibal
Surf Tribe, Het boek