The Chocolate Islands

Afrika

Santana & La Plage de Sept-Vagues

Onze laatste trip: The Chocolate Islands. Eigenlijk is dit niet de juiste naam. Het zijn Sao Tomé en Principe, die een kleine eilandengroep vormen in de oksel van Afrika – ik noem het de zweetdruppel van Afrika omdat de evenaar de eilandengroep doorkruist. De eilanden liggen in de baai van Gabon en behoren bij de uitlopers van de Kameroen. Ze worden ook wel eens The Forgotten Islands genoemd vanwege hun ligging. Het zijn vulkaaneilanden, ontstaan uit zee met vruchtbare grond. Op deze vroegere Portugese kolonie worden suikerriet, palmolie maar vooral cacao geteeld, vandaar de naam The Chocolate Islands.
Aan de oostkant van het eiland zijn er een paar surfspots. Aan de andere kant zijn er nog geen wegen en kan je er enkel doorkomen met de machete in de hand. Ongetwijfeld vallen daar nog wat surfspots te ontdekken. 
Onze uitvalbasis is een kamer met uitzicht op zee vlak bij Santana, dé surfspot van het eiland. 

De eerste surfer die we zien, is Gualte Da Cruz Felix Dos Santos, met twee surfboards onder zijn armen. Pareltjes, want ze zijn niet gemaakt uit industrieel foam maar uit acaciahout. Hier hebben ze geen geld voor een modern surfboard, dus hakken ze een boom in het oerwoud om en verkappen die tot surfboards. Ik vraag hoeveel boards ze uit een boom kunnen maken. “Hangt af van de grootte van de boards en de grootte van de boom.” Logisch antwoord, stomme vraag. Er bestaan eigenlijk twee types. De ene soort kan je het best vergelijken met het boogie board, zoals uitgevonden door Tom Morey. Of misschien bestonden die boards al voor Toms uitvinding. Het grote verschil is niet zozeer de vorm maar het gewicht. Ze zijn zo zwaar dat ik me afvraag of ze wel blijven drijven. Maar dat doen ze. De andere boards zijn zoals een klassiek board, smal en scherp, maar zonder leash en zonder wax op het oppervlak. Wel een vin gemaakt uit kunststof en geplakt met chemische lijm. Het is een prachtig staaltje ambacht. Je kan ze niet beter vergelijken dan met het soort voorwerpen die je in etagekasten ziet staan in het Afrikamuseum in Tervuren. Alsof de surfplank een schild van een Afrikaanse stam is. De naam Surf Tribe kan niet dichter komen dan hier. 

Surfplank uit acaciahout ©Stephan Vanfleteren
Surfplank uit acaciahout ©Stephan Vanfleteren

We besluiten naar een andere spot te gaan wat verderop, La Plage de Sept-Vagues, ‘het strand van de zeven golven’. Die naam mag je volgens de locals letterlijk nemen: als de swell goed is, tel je er exact zeven. Ik tel er maar één en dat is dan nog een slechte. Maar het is januari, de slechtste maand op het eiland voor de surf.  Ik fotografeer Jose Dos Ramos Guerra, een dertienjarig jongetje. Donker van huid. Zijn voorouders zijn als slaaf uit Afrika hiernaartoe gebracht om op de plantages te werken. Voordat de Portugezen het ontdekten, was dit eiland onbewoond. Eigenlijk wou niemand er wonen, dus stuurden de Portugezen er dan maar eerst tweeduizend Portugese joden naartoe. Een paar jaar later waren er slechts vijftig overlevenden. Malaria en andere ziekten hadden zwaar huisgehouden in de blanke lichamen.

JOSE DOS RAMOS GUERRA, surf talent, Santana, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
JOSE DOS RAMOS GUERRA, surf talent, Santana, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren

Later kwamen de Afrikaanse slaven, Kaapverdische ‘gastarbeiders’. Jose is mooi, diep zwart. En cool. Zijn serieuze blik verraadt dat surf niet voor softies is. Zijn geduld en schoonheid zijn prachtig. Daarna is het de beurt aan de drieëntwintigjarige Jerciley Da Cruz. Hij is visser en sedert het vertrek van Jéjé Vidal een van de beste surfers van het eiland. De man is langer op zee dan op land. Als de golven niet goed zijn, gaat hij vissen. Met een pirogue met zeil blijft hij dan de hele dag op zee. Bij zijn terugkomst verkoopt hij de vis aan buren en kennissen. Ook Gualte Da Cruz is visser. Hij leent het surfboard van José, want zijn plank is vorige zomer gebroken in grote golven.

De dag erna komen Edu en Danilk Afonso. Edu is harpoenvisser en een van de betere surfers van het eiland. Hij is de oudere broer van José, wiens plank ik de dag ervoor fotografeerde. Maar hij heeft ook een modernere plank waar hij op surft. Dit houten board is van toen hij nog jong was. De betere, hedendaagse plank heeft hij met een buitenlandse surfer geruild voor zijn houten plank. Dat gebeurt wel vaker. Ook topsurfers laten soms hun planken achter voor de locals, als dank omdat ze op hun golven mochten surfen. Een mooie traditie. 

WILSON VERA CRUZ, young surfer/student, Santana, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
WILSON VERA CRUZ, young surfer/student, Santana, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
WILSON VERA CRUZ, young surfer/student, Santana, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
DANILK AFONSO, free surfer/fisherman, Santana, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren

Porte Alegre

Porte Alegre ligt in het zuidelijkste punt van het eiland, daar waar de weg stopt. Hier zou een surfspot zijn op een paar kilometer van de evenaar. Het wordt een prachtige rit door de jungle, langs plantages en vervallen Portugese opslagruimtes voor cacao. Maar de mooiste bezienswaardigheid is de Pico Cão Grande, een bergpunt die hoog en alleen in de jungle staat. 

Spectaculair en vreemd. Men noemt dit een vulkaanplug. Eigenlijk is de berg met de tijd geërodeerd en is enkel de gestolde lava van de binnenkant van de berg overgebleven. Het is een soort berg voor in stripverhalen of sciencefictionfilms. De Sao Tomezen noemen het de ‘Penis van de Reus’. 

Pico Cão Grande, vulkaanplug in de buurt van Porte Allegre ©Stephan Vanfleteren

Aangekomen in Porte Alegre komen we Jerimison Silva tegen. Meteen vertelt hij dat we in het verkeerde seizoen zijn gekomen. In januari zijn het de slechtste golven, verontschuldigt hij zich, en bovendien is het nu laag water. Hij is de oudste surfer van het dorp en geeft ook les. Hij toont ons hun clubhuis. Een houten cabane, prachtig gelegen onder een boom met uitzicht op de baai. 
Het is geen enkel probleem om hier te fotograferen. We denken nog even dat de blanke mannen het hele dorp in rep en roer zullen zetten maar niets is minder waar. Men laat ons begaan en zelfs de kinderen zijn niet opdringerig. 

De volgorde van wie we fotograferen is piramidaal: we beginnen bij Jarceley Anatalia, de beste surfer van het dorp. Nadien komt de op één na beste aan de beurt en zo gaan we naar beneden. En ook hier surfen vrouwen, ze komen eerst wat bedeesd over maar dat verdwijnt al gauw. Er wordt ons gevraagd wat we willen eten en drie uur later zitten we in een kleine arena die ook als dorpsdiscotheek gebruikt wordt. De vis is overheerlijk en de lauwe cola deert ons niet. 

JAK FERNANDES, JILSON BRAGANÇA, RAISON ANTONIO, WATY WARY, DANIEL PERREIRA, DANIEL ALFONSOyoung surfers, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
JAK FERNANDES, JILSON BRAGANÇA, RAISON ANTONIO, WATY WARY, DANIEL PERREIRA, DANIEL ALFONSO
young surfers, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren

Nadien maak ik een wandeling door het kleine dorp, tot waar de berijdbare weg stopt. Ik zie nog een hobbelige veldweg met rotsen, die nog een paar kilometer verder leidt naar een andere surfspot. Daarna is het gedaan en neemt de wildernis het over. Wie weet wordt de cirkel van de weg rond het eiland ooit nog doorgetrokken, maar daar zijn nog in de verste verte geen tekenen van te zien. De jungle heerst hier nog. Hopelijk blijft dat nog even zo. Wat verder in het dorp staan een absurde openbare telefooncel, kapotte cacaodepots met ingezakte daken, en een hoge schoorsteen met op de top groene struiken in plaats van rook. Achter de pirogues zie ik naakte kinderen zwemmen met houten planken. Onder een vijgenboom sta ik vijf minuten later diezelfde kinderen te fotograferen, met soms niet meer dan een houten plank voor hun geslacht.

Ik vraag voor de zekerheid of ze daar nu echt mee surfen. Ja, klinkt het eenstemmig. Maar ik weet dat men soms dingen vertelt of verzwijgt om je niet te ontgoochelen.
Sommige planken zijn afgerond, ander gewoon een rechthoek, nog andere niet meer dan een stukje drijfhout. Hier hakken de kinderen geen bomen om maar recupereren ze het hout van kapotte visserssloepen.
In het begin is het onwennig om naakte kinderen te fotograferen, maar niemand maakt er een probleem van. De kinderen niet, noch de ouderen, enkel mijn westerse geest is dit niet meer gewoon. Er valt een vrucht op mijn hoofd. “God straft onmiddellijk” denk ik nog. Nog geen vijf minuten later komt er een tweede vrucht naar beneden, en ik ben blij dat ik niet onder een kokosboom sta.

KELVE CARVALHO, young surfer, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
KELVE CARVALHO, young surfer, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
KELVE CARVALHO, young surfer, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
MARCOS ALFONSO, free surfer/student, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren

Het tij komt op en van alle kanten komen er kinderen naar het strand gelopen. Een strand is misschien niet de juiste term, het zijn meer vulkanische stenen die het dorp en de zee verdelen. Eerst komen er twee naakte jongens met hun houten plank aan, daarna nog een, en nog een. Ze laveren over de rotsen, die helaas ook een half stort zijn. Ook onder exotische bomen vindt men vuilnisbelten. 

Niet alleen westerse blikjes en plastic, het is hier ook het toilet en er wordt ongegeneerd geplast. Varkens, kippen en geiten lopen rond. Er ligt zelfs een dood varken te rotten. Een jongen, rustend in de pirogue, is via internet op zijn smartphone naar een World Surf League-surfwedstrijd aan het luisteren. Wat een vreemd contrast. 

Jongens glijden golven af met hun houten boogie boards.

Uiteindelijk zitten er een twintigtal surfers in de line-up. Drie surfers die iets ouder zijn met surfboards en zwembroek, de rest naakt en met houten boogie boards. Tom Morey zou dit moeten zien, bedenk ik. Eén surfer heeft een grote, rechte plank. Het is eigenlijk meer een deur, maar dan zonder klink en met een leash, bevestigd met een roestige spijker. De jongen slaagt er wonderbaarlijk genoeg in om recht te staan en de golf af te surfen. Meteen moet ik aan Mickey Munoz denken. Toen we bij hem in Californië waren, toonde hij zijn favoriete surffoto aller tijden. Het was geen wedstrijdfoto, noch een foto van een big wave surfer in een monstergolf. Nee, het was een Kaapverdische jongeman die op een houten, rechthoekige plank een golf afsurfte.

FABIO AGOSTINHO DA COSTA, young surfer, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
FABIO AGOSTINHO DA COSTA, young surfer, Porto Alegre, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren

Ja, meer basic kan surfen niet zijn. Naakt in een baai, op een houten plank, omringd door de jungle. Geen ijdelheid, geen massa’s, geen schroom, geen competitie, geen sponsors. Enkel plezier en samenhorigheid.
Er zijn te weinig planken voor ieder kind. Af en toe komt er eentje uit het water om zijn plank af te geven aan de volgende. Ik sta op een boomstam het prachtige tafereel gade te slaan. 

Eén beeld zal ik nooit vergeten: een kind neemt een goeie golf en surft met het boogie board de hele rit uit met een glimlach van de take-off tot helemaal aan de shore. Na het uitsterven van de golf voor mijn voeten kijkt hij me aan met een gelukzalig gezicht en met een blik van ‘heb je me gezien?’, de ogen wijd open en dan een klein knikje met de kin omhoog. Alsof hij wilde zeggen: ‘Hé kerel, doe dit maar eens na.’

De wieg van het Sao Tomese surf

We horen over een dorp aan een rivier dat de wieg van het Sao Tomese surf zou zijn. De mannen zouden er na hun harde werk in de plantage gaan ontspannen in de golven met hun zelfgemaakte houten planken. Op Google Maps lokaliseren we het kleine vissersdorpje. Er zou ook een man wonen wiens arm is afgebeten door een haai, maar we weten niet of dat al surfend of al vissend gebeurd is.

Het dorp is niet zo gemakkelijk te vinden. We vragen het rond en worden teruggestuurd, maar de man met de ene arm blijkt wel degelijk te bestaan. Uiteindelijk vinden we het juiste straatje, dwars door de jungle en de mangrove. Een hobbelende kasseistrook, ooit door slaven aangelegd, doorkruist het bos met grote bomen en gigantische bamboestruiken. Dit is de wielerwedstrijd Paris-Roubaix in een exotische versie.

We arriveren in het dorp aan het strand. Twee stenen huisjes, een schooltje en de rest zijn houten cabanes. We vragen naar o homem com um braço aan de eerste persoon die we zien. Ja, hij is er en heeft een naam: José. Het hele dorp komt rond me staan. Sommigen komen al aangelopen met een houten surfplank. De Afrikaanse tamtam werkt. Ik vraag naar de juiste naam van het dorp. Rio Grande, zoals de rivier. Hoeveel mensen wonen er? Niemand die het echt weet maar men schat tweehonderd. Het verhaal dat de mannen na het werk gaan surfen wordt bevestigd. “En de vrouwen?” vraag ik in het Frans aan mijn gids. “Elles doivent travailler”, antwoordt een vrouw die tussen de mannen staat. Normaal spreekt iedereen Portugees maar haar dialect is doorspekt met Frans. Hier staat een vrouw die haar mannetje staat, de vrouwenrechten zijn tot hier gekomen. Nee, de vrouwen surfen niet, als huisvrouw is er altijd wel iets te doen. Eten maken, de was doen, opruimen. Enkel op zondag gebeurt het wel eens dat ze samen naar het strand gaan als ontspanning. Maar surfen, neen, dat niet. 

"De andere twee vissers waren weggelopen en dachten dat ik opgepeuzeld was."

Iedereen komt voor mijn lens staan, het gaat er uitbundig, zelfs wat wild aan toe. Als plots het complete dorp blijkt te surfen krijgen we wat argwaan. Vooral wanneer de surfplanken worden doorgegeven blijkt ons gevoel te kloppen. Maar wanneer de storm, aangewakkerd door behoorlijk wat palmwijn, en het stof van de fotosessie gaan liggen zijn, kunnen we in alle rust aan een jonge man vragen wie nu werkelijk nog surft en wie niet. Het blijkt dat iedere jongen van het dorp surft, maar op hun dertigste geven de meesten er de brui aan. We praten nog na met José, de eenarmige man. Hij is visser en als kind surfte hij graag. “Op 27 februari zal het twintig jaar geleden zijn dat de haai me aanviel. Ik was aan het vissen toen plots uit het niets iets mijn arm afrukte. Ik wist niet wat er gebeurde – en het was nog niet gedaan. Ook in mijn buik werd ik gebeten en toen pas zag ik dat het een haai was. Ik spoelde aan op het strand. De andere twee vissers waren weggelopen en dachten dat ik opgepeuzeld was. Met een pirogue hebben ze me naar het dichtstbijzijnde dorp gebracht, waar een ambulance me naar het ziekenhuis van de hoofdstad heeft getransporteerd. Maar ik heb het overleefd. Zestig jaar geleden werd ook iemand van dit dorp gebeten in zijn been en die heeft het niet gehaald. De haaien komen hier graag in de baai omdat er veel vis uit de rivier in de zee stroomt.”
“Wat doe je nu van werk?” vraag ik. “Niets, ik kan niet meer vissen en ik kan niet meer in de plantage werken.” Ik vraag of hij nog vaak denkt aan het ongeval. “Neen, je moet de dingen kunnen vergeten.” Is dat geen wijsheid en een voorwaarde om gelukkig zijn?

CARLOS FORTES, free surfer/farmer, Io Grande, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren
CARLOS FORTES, free surfer/farmer, Io Grande, São Tomé and Príncipe ©Stephan Vanfleteren

Een surfer kan je niet vangen, die is altijd onderweg, peddelend naar geluk, in de vorm van een golf.

We komen ’s avonds terug in onze hotelkamer in Santana. Het is onze laatste avond van het project Surf Tribe en we gaan zwemmen in de baai beneden. Ik ga diep in zee. Mijn trouwe assistent zie ik relaxed in de zon aan de branding liggen. Aan de andere kant: de horizon met een visser die voorbij een klein eilandje met slecht enkele palmbomen zeilt. Het is een eilandje zoals in een cartoon, maar dan zonder een aangespoelde mens.
Het water rond me is warm en transparant. Ik zie de bodem glashelder maar kan niet inschatten hoe diep het is. Op mijn rug en met mijn armen open laat ik me drijven op het zoute water. De deining laat de hemel dansen. Alles is blauw, behalve mijn bleke voeten. Water doet een mens beter denken.
Een man met slechts één arm, uit een ontiegelijk dorp op dit vergeten eilandje in Afrika, is de laatste man die ik voor Surf Tribe heb gefotografeerd. Ooit een visser en jonge surfer maar nu een man die nooit meer in zee gaat. 

Op dit eigenste moment liggen aan de andere kant van deze oceaan surfers te wachten op een golf. Ongetwijfeld ook een paar mensen die ik heb gefotografeerd. Die hechte groep mensen met dat gezamenlijke grote verlangen naar die uit de verte aankomende deining. Surfers, een gemeenschap die niet gebonden is door land maar door water. Ik denk aan alle legendes en alle anonieme free surfers die ik op al die stranden aan azuurblauwe of moddergroene zeeën heb aangesproken. Aan al die vele tijdloze gezichten die ik heb mogen fotograferen, terwijl ik me soms afvroeg of het nu 2018 of 1964 was. Een reis in tijd en afstand. De meesten zitten gebeiteld in mijn geheugen en sommigen hebben het gehaald in het fotoboek Surf Tribe. Een boek dat een soort bijbel is geworden met surfers als apostelen, gevangen in het appelblauwzeegroene visnet van de linnen kaft. Maar een surfer kan je niet vangen, die is altijd onderweg, peddelend naar geluk, in de vorm van een golf. Geluk is altijd in beweging.

©Stephan Vanfleteren

Wat was dit een mooie, lange reis. Dit was mijn allerlaatste dag van Surf Tribe. Maar dit project zal me mijn hele leven bijblijven. Inderdaad, ik ben niet overal geweest, en nee, sommige surfers heb ik niet gefotografeerd. Maar fotograferen is zoals surfen: je kan niet iedere golf nemen. En dat is maar goed ook. Anders zou er geen verlangen meer zijn.

Een zalig gevoel daalt op me neer.
Ik geef me over.
Er heerst vrede in de stam der surfers.
Het is tijd om aan land te gaan. 

The end

Surf Tribe, Het boek

De collectie SURF TRIBE is gebundeld in een nieuw fotoboek. Met meer dan 300 portretten van o.a. Kelly Slater, Gerry Lopez, John John Florence, Laird Hamilton, Bethany Hamilton, Greg Noll, Stephanie Gilmore, Mick Fanning, Joel Parkinson, Mickey Munoz, Filipe Toledo en Tom Carroll. 
Stephan Vanfleteren portretteert zowel jong talent als levende iconen en oude legendes, zowel competitiesurfers als freesurfers. In dit boek vind je geen actiefoto’s op azuurblauwe golven maar wel serene zwart-wit portretten in Vanfleterens bekende, beklijvende stijl. Deze beeldenreeks dringt door tot de ware kern van de surfcultuur: de liefde voor het water, de verslaving aan de golf, de passie voor de surf. 
Met een voorwoord door surflegende Gerry Lopez. 

Het boek is te koop in je favoriete boekhandel en via www.uitgeverijhannibal.be
Prijs: € 59

Surf Tribe, Het boek

Tentoonstelling Kunsthal

Vanaf 13 oktober tot en met 13 januari 2019.
Van dinsdag t/m zaterdag, 10 — 17 uur
Zondag, 11 — 17 uur

Museumpark
Westzeedijk 341, 3015 AA Rotterdam
Nederland

Tickets & info

Volwassenen : € 14
Jongeren t/m 17 jaar: gratis
CJP en studenten t/m 26 jaar: € 7

communicatie@kunsthal.nl
www.kunsthal.nl