West Shore, Makaha - Hawaï

West Shore, Makaha

Hawaï

Heimwee naar Porters huisje

We keren terug naar North Shore, waar de wedstrijd al een eind is gevorderd. We slapen niet meer bij Porter Turnbull maar in een Airbnb. Al snel hebben we heimwee naar Porters huisje. Hier worden ’s nachts feestjes gehouden tot diep in de nacht. En ook wanneer er geen party’s worden gehouden is het feest. Het huisje waar we slapen, is opgedeeld in twee delen. Een simpele vezelplaat is de scheiding tussen de ruimten waar de bedden staan. Ik kan je bij deze melden dat een vezelplaat niet geluiddempend is. Mijn Braziliaanse buurman/surfer heeft een dame opgepikt en bedrijft de liefde tot diep in de nacht. Hun gekreun en gezucht op slechts een meter van mijn oren houden me uit de slaap. Na iedere sessie wordt een jointje gerookt. Ook die walmen komen door de spleten van de vezelplaat. Zo ben ik ongewild getuige van een in wietdampen gehuld akoestisch liefdesspel. En van een sequel.

De jetlag is weggespoeld maar de nachten zijn maar matig. Dat houdt ons niet tegen om weer aan het fotograferen te slaan alsof ons leven ervan afhangt. We gunnen ons geen enkele rustdag. De gedachte van wat we zouden kunnen missen is ondraaglijk.

Zelf ons geplande uitstapje naar Pearl Harbor komt er niet van. Voor deze twee mannen met een interesse in oorlogsgeschiedenis wil dat wel wat zeggen. Zelfs de zoveelste herdenking van de aanval krijgt ons niet naar de gekelderde oorlogswrakken. De Hawaïaanse surfboards winnen het van de Japanse torpedo’s.

Er komen een paar toppers voor mijn lens. Jérémy Florès, Ezekiel Lau, Wiggolly Dantas maar ook icoon Jock Sutherland, een Californische surfer from the old days die in Hawaï is blijven hangen. Hij is een professionele daklegger, die zowel op een dak als op metershoge golven zijn evenwicht probeert te bewaren. Rory Russell, een andere – jongere – legende, vertelde in een interview dat hij Jock al veel heeft zien vallen, van een dak, van een balkon en van een ladder, maar nog nooit van een surfboard. De surfspot Jockos op de North Shore is naar hem vernoemd. En hij was befaamd voor zijn lsd-trips terwijl hij surfte. Deze prachtige quote van de man kan ik jullie niet onthouden: “The inside of a barrel in Pipe is like the Pope’s living room”. Drugs kunnen soms toch inspirerend zijn.

EZEKIEL LAU, pro surfer, Oahu, Hawaii, US©Stephan Vanfleteren
EZEKIEL LAU, pro surfer, Oahu, Hawaii, US
©Stephan Vanfleteren
EZEKIEL LAU, pro surfer, Oahu, Hawaii, US©Stephan Vanfleteren
JOCK SUTHERLAND, surf legend/roofer, Oahu, Hawaii, US
©Stephan Vanfleteren

Ik krijg mijn verhoopte herkansing met John John Florence. Hij passeert op de fiets met zijn board onder de arm als een ontspannen local boy. Hij rijdt ons voorbij, we roepen en hij keert terug. We krijgen een second chance en grijpen ze met beide handen. Ditmaal met voldoende licht. Op een gegeven ogenblik voel ik dat zijn blik iets ongemakkelijker wordt, waarna hij er in een flits vandoor gaat op een vriendelijke doch kordate manier. Pas als ik de mensen achter mijn rug zie, begrijp ik zijn beslissing. Van de intimiteit tussen fotograaf en gefotografeerde bleef plots niets meer over toen voorbijgangers hem met smartphones begonnen te fotograferen. Ik kan hem dan ook niets kwalijk nemen, zeker niet omdat we een wereldkampioen van een wereldsport zomaar van ‘straat’ hebben geplukt. Welke wereldkampioen zou dit accepteren? Surfers staan met hun beide voetjes op de grond/in het zand. Het leven is veranderd voor John John na zijn wereldtitel. De fans zijn verveelvoudigd, samen met de sponsorcontracten, de druk, de verwachtingen, de interviews, de verplichtingen, enzovoort. Bij zijn thuiskomst na de behaalde wereldtitel waren zelfs de scholen gesloten aan North Shore, zodat de kinderen hun held konden begroeten. 

JOHN JOHN FLORENCE, pro surfer/surf icon/surf champion, Oahu, Hawaii, US ©Stephan Vanfleteren
JOHN JOHN FLORENCE, pro surfer/surf icon/surf champion, Oahu, Hawaii, US ©Stephan Vanfleteren

Een van de ontroerendste momenten vond plaats toen zijn lerares langs de kant van de weg stond om hem te omhelzen. Er zijn prachtige verhalen van John John en zijn vrienden die voor school al bij het eerste licht in de zee gingen surfen. Hoe ze met hun blote voeten over de Kamehameha Highway liepen om toch niet te laat op school te komen. Hoe druppels van zijn natte haren ongetwijfeld vlekken op zijn schoolboeken veroorzaakten. John John won in 2016 "The Eddie", de befaamde Quiksilver Big Wave Invitational in memory of Eddie Aikau, in Waimea Bay die slechts uitzonderlijk doorgaat wanneer de golven extreem groot zijn, een beetje te vergelijken met wat voor Nederlanders de Elf-Stedentocht is. 

John John is één van de negen surfers die de wedstrijd al gewonnen heeft. De jongeman was amper 23 jaar oud toen hij zich de surfgeschiedenis insurfte. Hij laat de aandacht en druk precies niet te veel aan zijn geest knagen. Hij is nog steeds de kid die graag surft met zijn broers en vrienden en dat wil doen voor de rest van zijn leven. Hij weet wat hij kan, waar hij vandaan komt en wat hij waard is. Zijn alleenstaande moeder heeft hem en zijn twee broers liefdevol opgevoed in niet altijd even gemakkelijke financiële omstandigheden. Ze heeft er haar liefde voor oude, coole, goedkope en niet altijd betrouwbare auto’s aan overgehouden. Je kan haar zien rijden in haar metaalblauwe Buick Electra uit 1963, een auto zoals je er in de fotoboeken van William Eggleston ziet. Nu wonen ze op een van de gegeerdste plaatsen aan de North Shore. 

See what John sees

Ask and hope

Een dag later zoeken we het huis van een oude surfer. We rijden langs het kleine straatje tussen de Kamehameha Highway en het strand waar de befaamde Banzai Pipeline is. Ieder huis heeft zijn surfgeschiedenis. Het Volcom House en ook het huis met de drie verdiepingen (het enige zo hoog aan de North Shore) dat door legendarische surfers zoals Gerry Lopez en vele anderen werd bewoond. Dit zijn echt de huizen waar je als surfer wil wonen. 

In het kleine straatje staat een bruin Fedex-wagentje pakjes uit te laden. We passeren langs de bestelwagen maar worden tijdens het voorbijrijden door een man aangesproken. “Hey buddy, can’t you wait a minute to pass by?” In Hawaï wordt extreem veilig en rustig met de auto gereden. Hier heersen niet de stress en het gehakketak van een Europese grootstad. Ik excuseer me voor mijn European driving style. Maar blijkbaar is dat niet genoeg, de man zit nog met een ei. Hij stelt zich voor als Pete, de nonkel en de man die John John Florence zijn zaken behartigt. Hij leest me de levieten dat het not done is dat ik een wereldkampioen zomaar van straat pluk en hem in het publiek fotografeer. 

Hawaï is een paradijs, maar niet voor iedereen

Ik excuseer me nogmaals maar te mijner verdediging leg ik uit dat mijn respect voor John John groot is en dat ik niet doorhad dat er mensen achter me stonden die ons fotografeerden. Het komt tot een kleine woordenwisseling en ik voel me aangevallen. We hebben vaak geprobeerd om afspraken met bekende surfers via hun manager te regelen maar telkens was dat een tot niets leidend verhaal. Daarom hebben we geopteerd voor een guerrillatactiek: ‘ask and hope’ op het strand zelf en niet via omwegen. Ik vraag hem of ik een foto mag tonen die ik van John John getrokken heb. Ik toon hem het digitale beeld op mijn iPad en de sfeer verandert meteen. Ik krijg de kans om mijn verhaal doen en daarbij is het portret mijn sterkste argument. We krijgen een T-shirt van John John, we wisselen e-mailadressen uit en ik stuur hem ’s avonds de twee foto’s door.

Wederzijdse excuses worden digitaal doorgestuurd en het akkefietje is begraven onder het zand. Tijdens het e-mailcontact beseffen we dat hij familie is van de surfer/zanger Jack Johnson.

We mailen hem de dag erna of hij toevallig niet de vader is van Jack Johnson. Neen, dat is hij niet. Hij is de oudere broer. Op onze kousenvoeten vragen we of we Jack ook kunnen fotograferen, maar neen, dat kan niet. Hij is gestopt zijn broer lastig te vallen met vragen van mensen die iets van hem willen. Fair enough.

Jack Johnson can surf

We beslissen om ook naar Makaha te gaan, de westkant van het eiland Oahu. Volgens sommigen het echte Hawaï, waar de ‘haoles’ (blanken) minder of niet vertegenwoordigd zijn.

Inderdaad, hier geen grote toeristische activiteiten. De bevolking is vooral gekleurd en aan de huizen te zien een stuk armer. We zien zelfs een groot tentenkamp met daklozen. Hawaï is een paradijs, maar niet voor iedereen. Toch maak ik de bedenking dat ik liever dakloos zou zijn in Hawaï dan in Minnesota. Een pretje is het nooit in een tentenkamp, maar een winter in Minnesota is dat nog veel minder. Veel goede surfers komen uit Makaha, en ook veel talentrijke boksers. Het is niet de American Dream waarin je bijna zou geloven wanneer je een paar weken enkel aan de North Shore vertoeft. Hier is het echte leven: de zorgen, het werk, de armoede… maar wel met goede golven.

We ontmoeten Warren Hooli, een schat van een man op leeftijd maar met zijn hart nog altijd bij de oceaan en met een typisch Hawaïaanse uitstraling, op het befaamde strand van Makaha. De golven zijn bedroevend klein maar wel betoverend perfect. We twijfelen, toch even surfen? Dit is ideaal voor sukkels zoals wij en er zit amper volk in de zee. Maar de professionele plicht haalt het van de verlokking van de ontspanning. Ik kan je nu al verklappen dat we niet gesurft hebben in Hawaï en dat we slechts een kortstondige zwemsessie in de Pacific hebben ondernomen. Wij zijn de droogste bezoekers van het eiland. 

Native Hawaiian surfing

In plaats van de zon op onze poriën te laten branden, kiezen we voor de zoektocht naar iemand die inkt in poriën klopt. Keone Nunes, een authentieke traditionele tatoeëerder. Het geluid in de achtertuin is bizar: getik van de houten stokjes waarmee de donkere inkt in de huid wordt geklopt. Hier zie je geen naalden. Deze achtertuin is het epicentrum van de traditionele Hawaïaanse tattookunst. En ik neem het woord kunst niet toevallig of lichtzinnig in de mond. Het is kunst die niet alleen in de diepte van de poriën gaat maar ook in de diepte van de herkomst, de geologie.

Hier spring je niet binnen om snel wat tekeningen in je vel te laten inkten. Nee, hier gaan lange gesprekken met de tatoeëerder aan vooraf, soms jarenlang. Over je afkomst, je voorouders, enzovoort. De man maakt schema’s, denkt na, bereidt zich voor, laat je nog op een andere dag terugkomen, spreekt en vraagt, denkt opnieuw na en beslist nadien wat hij op je lichaam zal tatoeëren met respect voor je voorouders en de Hawaïaanse/Polynesische cultuur. De tattoos zijn inderdaad vaak stambomen waaruit je de afkomst van iemand kan aflezen. 

We ontmoeten Kaiulani Manuwai-oieh, een jonge dame. Ze blijkt een achterkleinkind te zijn van Polynesische koningen. Ze is uitgekozen om een traditie voort te zetten. Ze vertelt haar verhaal en de tranen lopen over haar wangen.

Keone Nunes is een man met veel beroepstrots maar ook met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Er zijn maar twee mensen die tatoeëren, de oude meester en zijn leerling. De leerling heeft een zwarte rechthoek rond zijn oog, een tattoo die al tweehonderd jaar niet meer werd geplaatst. Onvoorstelbaar, je ziet twee eeuwen van traditie die door donkere inkten een brug naar het verleden hebben geslagen. Het staat hem geweldig. 

KAIULANI MUNAWAI-OIEH, ©Stephan Vanfleteren
KAIULANI MUNAWAI-OIEH, 
©Stephan Vanfleteren
KAIULANI MUNAWAI-OIEH, ©Stephan Vanfleteren
HA'A KEAULANA, pro surfer, Oahu, Hawaii, US
©Stephan Vanfleteren

Hij is een mooie man met een heftige ingreep in het gezicht, maar het vreemde is dat zijn tattoo gewoon niet meer opvalt nadat je een uur met hem hebt praat. Het voelt, in tegenstelling tot veel westerse tattoos, niet geforceerd aan. Hier is geen sprake van impulsief gedrag, een mode of hype. Nee, het gaat hier over traditie, geschiedenis en eer. Ik vraag hem of hij nog veel surft. “Nee, dat doe ik niet meer. Ik durf de risico’s niet meer aan. Kijk, ik heb een enorme verantwoordelijkheid. Ik heb jaren onder mijn oude leermeester gediend. Hij heeft me ingewijd in de geheimen van het ambacht. Ik ben de volgende generatie tatoeëerder. Als hij komt te overlijden, ben ik de enige die overblijft. Stel je voor dat er mij iets overkomt, dan verdwijnt deze kennis voorgoed. Daarom kan ik geen onnodige risico’s nemen. En trouwens, ik heb te veel werk. Dit slorpt me op, dit is noodzakelijk. Straks moet ik voor opvolging zorgen en mijn kennis doorgeven. Dat doe ik nu al, maar die overdracht is een proces van jaren.”

In West-Makaha woont ook nog een beroemde surfdynastie: de Keaulana’s. Grootvader Buffalo is de oervader. Hij heeft de pionierstijden meegemaakt en was bevriend met de mythische surfer en olympische zwemmer Duke Kahanamoku. Maar we hebben pech. Het gaat niet goed met Buffalo. “Hij is te zwak en te gevoelig voor bacteriën om gefotografeerd te worden”, laat zijn zoon Brian weten. We proberen nog voorzichtig bij de zoon maar die is duidelijk. We aanvaarden het lot. We willen trouwens met onze ‘haole’-bacteriën niet verantwoordelijk zijn voor de dood van een Hawaïaanse surflegende. Brian is surfer en stuntman, en geeft de opleiding water survival aan Seals. Hij wordt ingevlogen naar Hollywood als ze daar een specialist in waterfilm nodig hebben. Ook zijn broer Rusty en dochter Ha’a zijn gerenommeerde surfers en staan voor mijn lens. Deze familie straalt alles uit wat native Hawaiian surfing is.

The life of Buffalo Keaulana

Een Titus Kinimaka-moment

We beginnen aan de laatste dag van onze drieweekse reis. De laatste wedstrijd van het seizoen loopt op zijn einde. Ik voel me uitgeput en energiek tegelijk. Ik durf niet te tellen hoeveel surfers ik heb gefotografeerd.

Het is valavond, het licht begint stilaan te zakken en ik besluit mijn toestellen op te bergen. Net iets te vroeg, want op het moment dat ik mijn tas voor het laatst op het vulkaaneiland dichtrits, zie ik net Gabriel Medina passeren. Met fiets en vriendin rijdt hij van ons weg, ik wil nog roepen en zwaaien maar de aerial specialist is al gaan vliegen. Ook in Hawaï kregen we Medina niet te pakken.

We gaan voor de laatste avond uit eten. Hawaïaanse hamburgers lijken ons een goed idee om af te sluiten. Blijkbaar hebben we de juiste hamburgertent uitgekozen.

We zien Jérémy Florès iets eten, we zien de manager van Wilko en Medina een biertje drinken. Kelly Slater komt binnen, zenuwachtiger dan normaal. Hij komt muziek spelen, samen met fucking eighties-legende Tom Curren. We babbelen wat en delen e-mailadressen uit, hopend op een afspraak voor een van onze komende reizen. We eten onze hamburgers op en tot overmaat van ramp zien we Jack Johnson en zijn familie zitten. Maar ook hier een Titus Kinimaka-moment. Jack zit in alle anonimiteit en discretie met zijn familie in een rustige hoek van het restaurant te eten. Het avondmaal in intimiteit nuttigen is me zelf te dierbaar om het bij hen te verstoren. En trouwens, wanneer zou ik hem fotograferen? Morgenvroeg zitten we al op het vliegtuig. Er zit geen daglicht meer tussen ons.

Elvis Presley "No More" in "Blue Hawaii" (Hanauma Bay, Oahu, Hawaii)

Wat zal ik Hawaï missen. Ik denk dat het een van de mooiste plaatsen ter wereld is. Het is er mooi en er heerst een goed klimaat. Mensen zijn er relaxed en beschaafd. Het is veilig en niet overbevolkt. En wie kan surfen, kan nergens anders beter wonen.

Voor de laatste keer rijden we de Seven Miles Miracle aan de North Shore af. We passeren Sunset, Gas Chambers, Rocky Point, Pipe, de school waar John John zat en waar hij vaak nog druipnat en op blote voeten aan de schoolbanken zat omdat hij voor schooltijd al was gaan surfen. We passeren Sharks Cove, voor de laatste maal de glooiende bocht langs de missionariskerk aan de Waimea River, we kijken op de helling van de Kamehameha Highway nog even door de achteruitkijkspiegel en zien het witte schuim tegen de vulkaanbodem schuren. We zien verder al de skyline van Honolulu opdoemen. Een naam die klinkt als muziek in de oren van onze ouders en van Elvis, maar door zijn skyline en de ellenlange files maken wij niet direct de associatie met een Surfers Paradise. 

Ja, plots besef ik het weer, ook hier gaan mensen dood aan kanker, auto-ongevallen en hartaanvallen. We komen terug in een realiteit die we kennen. We gaan verdorie het eiland verlaten zonder het strand van Waikiki te zien.

In de Starbucks van de vertrekhal van de luchthaven komen we iemand tegen die we al eerder hebben gezien. Gabriel Medina staat voor mij in de wachtrij voor een dampende koffie. Een wachtrij is minder intiem en vaak een plaats om een praatje te slaan. Ik waag het erop en spreek hem aan. Of ik hem ooit mag fotograferen? Hij geeft me een e-mailadres. “Probeer het maar via deze weg.” De koffie en croissant verdwijnen in onze maag zoals wij ook later opgeslokt worden in de romp van het vliegtuig.

En wie zit daar enkele zetels verderop? Gabriel Medina, met een koptelefoon aan het raampje. Verdorie, de man blijft ons volgen :-).

We will meet again.

ONTDEK HIER ELKE MAANDAG EEN NIEUW REISVERHAAL. VOLGENDE WEEK 23/04 NIEUW ZEELAND

Surf Tribe, Het boek

De collectie SURF TRIBE is gebundeld in een nieuw fotoboek. Met meer dan 300 portretten van o.a. Kelly Slater, Gerry Lopez, John John Florence, Laird Hamilton, Bethany Hamilton, Greg Noll, Stephanie Gilmore, Mick Fanning, Joel Parkinson, Mickey Munoz, Filipe Toledo en Tom Carroll. 
Stephan Vanfleteren portretteert zowel jong talent als levende iconen en oude legendes, zowel competitiesurfers als freesurfers. In dit boek vind je geen actiefoto’s op azuurblauwe golven maar wel serene zwart-wit portretten in Vanfleterens bekende, beklijvende stijl. Deze beeldenreeks dringt door tot de ware kern van de surfcultuur: de liefde voor het water, de verslaving aan de golf, de passie voor de surf. 
Met een voorwoord door surflegende Gerry Lopez. 

Het boek is te koop in de expo, in je favoriete boekhandel en via www.uitgeverijhannibal.be
€ 59 / € 55 in de expo

Kanibaal Hannibal
Surf Tribe, Het boek